| |
De softbalregels hangen nauw samen met de regels van het honkbal. Er zijn echter wat verschillen. Zo wordt de bal onderhands aangegooid bij softbal en is het speelveld kleiner.
Zo leggen de honklopers dus een minder lange afstand af. De bal is juist wat groter dan bij honkbal. Ook zijn er minder innings, zeven in plaats van negen, bij softbal. Dit heeft tot gevolg dat een softbalwedstrijd meestal niet zo lang duurt dan een honkbalwedstrijd.

|
|
De regels softbal overlappen dus die van honkbal. Het spelprincipe is hetzelfde bij beide sporten. Er kunnen punten gescoord worden door de thuisplaats te bereiken.
Hiervoor moeten eerst drie honken worden behaald. De thuisplaat is honk vier wat dezelfde plaat waar je begint. Je mag pas lopen als je de bal succesvol hebt weten te raken. Wordt de bal gevangen of word je uitgetikt dan is je beurt voorbij en zul je weer op de bank plaats moeten nemen. |
|
Softbal is vooral een tactische en technische sport. Hoewel de softbal regels niet al te moeilijk zijn, komt er toch wel wat kennis bij kijken om het spel te begrijpen. Zo is er onder meer de gedwongen loop.
Dit vindt plaats als de honkballer na een geslagen bal niet meer kan terugkeren naar het vorige honk of er is het gevaar dat de honkballer wordt uitgetikt omdat de bal er eerder is dan hij. Als de honkballer op het eerste honk aankomt na een slagbeurt is hij safe of in. Hij kan ook vier honken in een slag aflopen: een homerun. De spelregels softbal hanteren ook de uitrusting van de sporters en waar het gebruikte materiaal aan moet voldoen.
|
|